Ingrediënten
- 250 gram tarwekorrels
- 1 liter water
- 1 theelepel zout (optioneel)
Benodigdheden
- Grote pan met deksel
- Vergiet
- Pollepel
Bereiding
1. Tarwe weken (optioneel, maar aanbevolen)
- Doe de tarwekorrels in een grote kom en voeg ruim water toe. Laat ze minimaal 8 tot 12 uur weken. Spoel de tarwe de volgende dag goed af onder stromend koud water.
2. Tarwe koken
- Breng in een ruime pan 1 liter water aan de kook. Voeg de afgespoelde tarwe toe met eventueel een snufje zout, en zet het vuur lager. Laat de tarwe met een deksel op de pan zachtjes koken. Roer af en toe met een houten lepel de tarwe door.
- Na ongeveer 30 minuten proef je een paar korrels. Ze moeten zacht zijn, maar niet papperig. Als ze te hard zijn, laat ze nog enkele minuten verder koken en controleer ze na een paar minuten opnieuw.
- Giet de tarwe af in een vergiet en laat het een 2 minuten rusten.
Laat de gekookte tarwe na het afgieten 10 minuten “droogstomen” in de warme pan, met een schone theedoek tussen pan en deksel.Daardoor trekt het laatste beetje vocht in de korrels, zonder dat de tarwe papperig wordt. De korrels blijven losser, steviger en krijgen een prettigere beet. Vooral bij tarwe die je later door een salade, door een stoofgerecht of door een ovenschotel wilt mengen, maakt dit veel verschil. Je voorkomt dat de tarwe onderin de schaal nat en zwaar wordt.
