Ingrediënten
Benodigdheden
Bereiding
1. Koken
- Breng een grote pan met water aan de kook op een middelhoog vuur, en voeg een beetje zout en een klein scheutje olijfolie toe. Als het water goed kookt, voeg je per keer 3 tot 4 lasagnebladen toe. Roer het meteen voorzichtig door, zodat de lasagnebladen niet aan elkaar blijven plakken.
- Laat de bladen zachtjes koken. Voor verse bladen is hooguit 1 tot 2 minuten voldoende. Gedroogde bladen moeten 5 tot 8 minuten koken. Maar controleer altijd even met een vork of ze al soepel zijn. Haal de lasagnebladen uit het water met een tang of met een schuimspaan.
- Leg de gekookte bladen op een schone theedoek of op een platte schaal met een vel keukenpapier ertussen. Zorg ervoor dat de bladen elkaar niet raken, want dan plakken ze alsnog aan elkaar vast. Kook de andere lasagnebladen op dezelfde manier.
- Wil je ze niet meteen gebruiken? Laat ze dan helemaal afkoelen en dek af met vershoudfolie. Zet ze in de koelkast totdat je ze wilt gebruiken.

