Ingrediënten
- Ongeveer 1.200 gram krabbenpoten, vers of voorgekookt
- 2 liter water
- 2 eetlepels grof zeezout
- 0,5 citroen in schijfjes
- 2 laurierblaadjes
- 4 peperkorrels
- 1 teentje knoflook, geplet
Benodigdheden
- Grote pan met deksel
- Tang of schuimspaan
- Zeef of vergiet
- Snijplank en mes
- Eventueel: krabbenkraker of schaar
- Serveerbord of schaal
Bereiding
1. Voorbereiding
- Gebruik je bevroren poten? Laat ze dan eerst langzaam ontdooien in de koelkast, gedurende minimaal 12 uur.
2. Koken
- Doe genoeg water in een ruime pan, zodat alle poten onder water staan. Voeg een eetlepel zeezout toe per liter water. Voeg nu ook het laurierblad, een halve citroen in schijfjes, 4 peperkorrels en een geplet teentje knoflook toe.
- Zodra het water kookt, doe je de krabbenpoten voorzichtig in de pan. Draai het vuur iets lager, zodat het water net onder het kookpunt blijft. Voorgekookte poten warm je in ongeveer 5 tot 7 minuten op. Rauwe krabbenpotten moet je op deze manier in acht tot tien minuten laten garen.
- Haal de poten eruit met een tang of met een schuimspaan. Laat ze even uitlekken in een vergiet.
Knip de schaal voor het koken alvast in de lengte een klein stukje open met een keukenschaar, maar laat het vlees zitten waar het zit.Daardoor kan het hete water of de stoom beter bij het krabvlees komen, zonder dat je de poot helemaal openbreekt. Het vlees gaart gelijkmatiger, neemt subtiel wat smaak op van zout, citroen, laurier en knoflook in het kookwater, en na het koken trek je het er veel makkelijker in mooie stukken uit. Vooral bij lange krabbenpoten scheelt dit een hoop geknoei aan tafel.
