Ingrediënten
- 2 middelgrote koolrabi’s, ongeveer 800 gram
- 1 theelepel zout
- 1 liter water
- 1 klontje boter
- Snufje nootmuskaat
Benodigdheden
- Scherp mes
- Snijplank
- Grote pan
- Vergiet
- Vork om te testen
Bereiding
1. Koolrabi schillen
- Snij aan de bovenkant een plak van de koolrabi, daar waar steel en blad zitten of zaten, en snij het worteltje eraf. Schil de knollen vervolgens met een scherp mes of met een dunschiller.
- Snij de koolrabi in plakken of blokjes.
2. Koken
- Breng een liter water aan de kook in een grote pan op een middelhoog vuur en voeg een theelepel zout toe. Doe de koolrabi in het kokende water en kook het in 10 tot 15 minuten. 10 minuten voor plakjes en 15 minuten voor blokjes.
- Prik met een vork in een stukje koolrabi. Als de vork er makkelijk in gaat, is de koolrabi gaar.
- Giet de koolrabi af in een vergiet en laat het kort uitlekken. Voeg een klontje boter en een snufje nootmuskaat toe en schep het goed om.
Kook de koolrabi niet meteen in gewoon water, maar laat de blokjes of plakjes eerst 10 minuten “voorzouten” met een klein snufje zout en een paar druppels citroensap. Spoel ze daarna kort af en kook ze pas dan beetgaar.Door dat korte voorzouten wordt de textuur iets steviger en minder waterig, terwijl de citroen het frisse, lichtzoete van koolrabi naar voren haalt. Vooral bij gekookte koolrabi die je daarna nog door roomboter, roomsaus of bechamelsaus haalt, merk je een verschil: de groente blijft beter van smaak en wordt niet zo vlak of slap.
