Ingrediënten
- 1 kilo verse kokkels
- 500 milliliter water of witte wijn
- 2 teentjes knoflook, fijngesneden
- 1 sjalot, fijngesneden
- 1 bosje peterselie, fijngehakt
- 1 eetlepel olijfolie
- Peper naar smaak
Benodigdheden
- Grote pan met deksel
- Vergiet
- Schone kom
- Houten lepel
Bereiding
1. Kokkels schoonmaken
- De kokkels moeten eerst goed gespoeld worden in koud water. Doe de kokkels daarom in een kom met water en laat ze minstens 30 minuten in het water staan. Daardoor kun je zand eruit spoelen, dat vaak in de schelpen zit. Doe de kokkels daarna in een vergiet en spoel ze nog een paar keer onder stromend water, Vervolgens kijk je of er kapotte schelpen tussen zitten; die gooi je weg.
2. Koken
- Zet een grote pan op een middelhoog tot hoog vuur en verwarm de olijfolie. Voeg de fijngesneden knoflook en sjalot toe en fruit deze kort aan tot ze glazig zijn.
- Voeg de kokkels toe en schenk er 500 milliliter witte wijn of water overheen. Doe meteen de deksel op de pan en laat de kokkels ongeveer 3 tot 4 minuten koken. Schud de pan af en toe heen en weer, zodat alle kokkels gelijkmatig garen.
- Zodra de schelpen open zijn gegaan, zijn de kokkels klaar. Haal de pan van het vuur en roer de fijngesneden peterselie erdoor. Breng op smaak met wat peper.
Haal de kokkels dus meteen uit de pan zodra ze open zijn, giet het vocht voorzichtig door een koffiefilter, en gebruik het kookvocht daarna voor een saus. Roer er bijvoorbeeld een klontje koude roomboter, wat citroenrasp en fijngehakte peterselie door.
