Ingrediënten
- 400 gram knolraap
- Water om te koken
- 0,5 theelepel zout
- Eventueel een eetlepel boter en wat nootmuskaat
Benodigdheden
- Snijplank
- Schilmesje of dunschiller
- Grote pan met deksel
- Vergiet of zeef
Bereiding
1. Schillen
- Schil de knolrapen met een mesje of dunschiller. Snij een plak van de bovenkant en het worteltje van de onderkant af. Snij de knol in gelijke blokjes.
2. Koken
- Doe de blokjes in een grote pan en vul deze met koud water tot alles net onderstaat. Voeg het zout toe en zet de pan op middelhoog vuur.
- Breng het geheel aan de kook, zet het vuur dan laag, maar laat het nog zachtjes koken gedurende 12 tot 15 minuten. Na 12 minuten kun je met een vork in een blokje prikken. Als het blokje er meteen af wil vallen, is de groente gaar.
- Giet de knolraap af in een vergiet en laat kort droogstomen in de pan. Voeg eventueel een klontje boter toe en wat nootmuskaat voor extra smaak.
Kook de blokjes eerst 3 minuten in licht gezouten water, giet ze af, en laat ze daarna nog 10 minuten verder garen in een mengsel van half water en half appelsap.Knolraap heeft van zichzelf een zachte, licht aardse en soms wat koolachtige smaak. Door die korte eerste kookbeurt spoel je het scherpste randje weg. Het appelsap tijdens het tweede deel van het koken trekt in de knolraap en geeft een zachte zoetigheid, zonder dat het meteen naar appel smaakt.
