Ingrediënten
- Eén blikje croissantdeeg uit de koeling, meestal voor zes stuks
- 1 ei
Benodigdheden
- Een bakplaat
- Bakpapier
- Eventueel: één losgeklopt ei voor bestrijken
- Oven, liefst met boven- en onderwarmte
- Vork of garde
- Kom
Bereiding
1. Voorbereiden
- Verwarm de oven voor op 200 graden.

2. Bakken
- Rol het deeg uit op een schoon aanrecht of op een grote snijplank. Meestal zijn er al inkepingen aangebracht in de vorm van driehoeken. Scheur of snij deze los. Als er geen inkepingen in het deeg zitten, zal je het deeg in driehoeken moeten snijden.
- Rol de driehoeken van het brede uiteinde naar de punt toe op en leg ze op de bakplaat. Hou wel voldoende tussenruimte, want de croissants rijzen tijdens het bakken.
- Doe het ei in een kom en klop dit los met een vork of met een garde.Bestrijk de bovenkant licht met het losgeklopte ei.
- Schuif de bakplaat in het midden van de oven, en bak de croissants in 12 tot 16 minuten. Ze moeten goudbruin zijn en stevig aanvoelen aan de buitenkant.
- Haal ze uit de oven en laat ze een paar minuten afkoelen.

