Ingrediënten
- 1 lange braadworst (400 tot 500 gram), ongeveer 100 tot 125 gram per persoon
- 2 tot 3 eetlepels roomboter
- Optioneel: een snufje peper of kruiden naar keuze
Benodigdheden
- Koekenpan met anti-aanbaklaag
- Houten spatel of tang
- Klein bord of keukenpapier
Bereiding
1. Voorbereiding
- Haal de braadworst ongeveer 10 tot 15 minuten van tevoren uit de koelkast, zodat de worst op kamertemperatuur kan komen.
2. Bakken
- Zet een koekenpan op een middelhoog vuur en voeg 2 tot 3 eetlepels roomboter toe. Laat de boter goed heet worden, maar zorg dat de boter niet bruin wordt.
- Leg de braadworst voorzichtig in de pan. Bak de worst in ongeveer 2 minuten aan één kant totdat de worst lichtbruin is. Draai de worst om met een tang of spatel , en bak de worst ook aan deze kant gedurende ongeveer 2 minuten.
- Zet het vuur iets lager en laat de worst nog 10 tot 15 minuten zachtjes bakken. Je kunt de worst nog een paar keer omdraaien, maar een dergelijke lange worst omdraaien kan een lastig klusje zijn. Om te controleren of de worst gaar is, kun je het beste een kookthermometer gebruiken. Als de binnenkant van de worst ongeveer 71 tot 72 graden heeft bereikt, is de worst van binnen nog lichtroze.
- Haal de braadworst uit de pan en laat de worst kort rusten op een bord of op keukenpapier. Je kunt nu nog wat water bij het kookvocht doen, en met een vork of garde nog even de restjes losmaken. Zo krijg je een goede jus.
Leg de braadworst in een koude koekenpan met een klein scheutje water, ongeveer 2 eetlepels. Zet het vuur op middelhoog en laat het water langzaam verdampen terwijl de worst rustig warm wordt. Pas als de pan bijna droog is, voeg je een klontje roomboter of een scheutje olie toe en bak je de worst rondom bruin.Zo voorkom je dat de buitenkant te snel barst of verbrandt, terwijl de binnenkant nog niet goed gaar is. Je krijgt daardoor een sappige braadworst met een mooi gebakken korstje, bijna alsof je hem eerst zachtjes hebt gegaard en daarna pas hebt afgebrand, zoals een kok dat met vlees doet.
