Ingrediënten
- 500 gram tarwebloem
- 7 gram gedroogde gist
- 10 gram fijn zout
- 1 theelepel kristalsuiker
- 325 milliliter lauwwarm water
- 2 eetlepels olijfolie
- 1 eidooier
- 1 eetlepel volle yoghurt
- 1 eetlepel water voor het bestrijken
- 1 eetlepel sesamzaad
- 1 eetlepel nigellazaad
Benodigdheden
- Een ruime mengkom
- Een keukenweegschaal
- Een maatbeker
- Een houten lepel of deegkrabber
- Een schone theedoek
- Bakpapier
- Een bakplaat
- Een bakkwast
- een oven
- Een rooster
Bereiding
1. Het gistdeeg mengen
- Doe het lauwwarme water in een ruime mengkom en voeg de suiker en de gedroogde gist toe.
- Roer het kort door elkaar en laat het mengsel ongeveer 5 minuten staan. Bij Instantgist is dit technisch gezien niet noodzakelijk, maar het is wel een handige controle, dus doe dat ook in dat geval. Wanneer er enige activiteit aan de oppervlakte van het mengsel zichtbaar wordt, weet je dat de gist actief is.
- Voeg de bloem toe en meng alles eerst grof door elkaar.
- Voeg daarna het zout en de olijfolie toe. Voeg zout liever niet rechtstreeks boven op een geconcentreerde hoeveelheid gist toe, maar verspreid het. Zodra alles met voldoende bloem en water is vermengd, vormt het zout geen probleem meer.
2. Het deeg kneden
- Kneed het deeg met de hand gedurende ongeveer 10 tot 12 minuten. Met een keukenmachine en een deeghaak is ongeveer 8 minuten op lage tot middelmatige snelheid meestal voldoende. Het deeg wordt tijdens het kneden geleidelijk gladder en meer elastisch.
- Het deeg mag nog een beetje aan de handen kleven. Strooi dus niet telkens extra bloem op het werkblad; dan wordt het deeg alleen maar minder elastisch en kan het raar gaan smaken. En het deeg wordt na het bakken droger en je krijgt uiteindelijk een te stevig brood. Gebruik liever een deegkrabber of maak je handen heel licht vochtig.
- Wil je controleren of het deeg voldoende is gekneed? Gebruik dan de vliesjestest. Trek voorzichtig een klein stukje deeg tussen je vingers uit. Kun je er een dun vlies van maken zonder dat het meteen scheurt, dan heeft het glutennetwerk zich voldoende ontwikkeld.
3. De eerste rijs
- Vorm het deeg losjes tot een bol en leg het in een licht met olie ingevette kom. Dek de kom af met een vochtige theedoek of een passend deksel. Laat het deeg op een tochtvrije, maar ietwat warme plek ongeveer 60 tot 90 minuten rijzen.
- Kijk hierbij niet alleen naar de klok. Bakkers spreken niet voor niets over het deeg leren lezen. De temperatuur in de keuken, de temperatuur van het water en de activiteit van de gist hebben allemaal invloed op de rijstijd. Het deeg moet ongeveer in volume zijn verdubbeld.
Verwarm voor deze 1e rijs de oven op een temperatuur tussen 25 en 30 graden, maar niet te warm. Gistcellen sterven namelijk af bij temperaturen van 45 graden en hoger.Zet de kom met daarin het deeg in de ietwat warme oven, maar dek het wel af met een ietwat vochtige theedoek. En zet er een schaaltje met daarin water ernaast.Kan je oven niet dergelijke lage temperaturen aan? Verwarm de oven dan op de laagste stand, zet de oven uit en laat de deur even openstaan en "voel" de juiste temperatuur. Als je de hand op het rooster kunt leggen, zet je het deeg afgedekt in de oven, schaaltje water ernaast en deur dicht.
4. Het brood vormen
- Leg een vel bakpapier op de bakplaat. Laat het gerezen deeg voorzichtig uit de kom op het bakpapier glijden. Druk het deeg met licht vochtige of licht geoliede vingertoppen rustig uit tot een ronde of iets ovale lap van ongeveer 2 centimeter dik.
- Gebruik hierbij nooit een deegroller. Daarmee druk je veel van de tijdens het rijzen gevormde luchtbellen uit het deeg. Juist die gasbellen heb je nodig om het Turkse brood luchtig te krijgen na het bakken.
- Werk vanuit het midden naar buiten en laat aan de buitenkant een iets dikkere rand staan. Het brood hoeft niet kaarsrecht of volkomen rond te zijn.
5. De tweede rijs
- Dek het gevormde brood losjes af met een schone theedoek en laat het nog ongeveer 30 tot 45 minuten narijzen.
- Verwarm ondertussen de oven voor op 230 graden, met bovenwarmte en onderwarmte.
6. Het ruitpatroon aanbrengen
- Meng de eidooier met de yoghurt en een eetlepel water. Bestrijk het brood voorzichtig met dit mengsel. Druk daarna met vochtige vingertoppen eerst een rand rondom.
- Maak vervolgens binnen deze rand een ruitpatroon. Druk stevig genoeg om duidelijke groeven te maken, maar probeer het deeg niet helemaal door te drukken, want anders worden de luchtbellen uit het deeg gedrukt. Tijdens het bakken worden de lijnen minder diep, dus wees niet te voorzichtig.
- Bestrooi het oppervlak met sesamzaad en nigellazaad. Deze combinatie geeft het brood zijn herkenbare geur en een licht nootachtige, kruidige smaak.
7. Het Turkse brood bakken
- Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven. Bak het brood in ongeveer 15 tot 20 minuten gaar. De exacte baktijd hangt af van de dikte van het brood en de daadwerkelijke temperatuur van de oven.
- Het brood is klaar wanneer de bovenkant goed gekleurd is en de onderkant droog en stevig aanvoelt. Je kunt ook voorzichtig op de bodem kloppen. Een gaar brood klinkt enigszins hol. Laat het brood na het bakken op een rooster afkoelen, niet op de bakplaat. Zo kan overtollige waterdamp ontsnappen en voorkom je dat de bodem klam wordt.
- Wacht bij voorkeur 20 tot 30 minuten met aansnijden. De kruim is direct uit de oven nog bezig zich te zetten. Snij je te vroeg, dan kan de binnenkant wat kleverig en samengedrukt worden.
