Venkel koken doe ik meestal in zo’n 10 tot 12 minuten. Dat is dus iets langer dan bij het bakken van venkel, vandaar ook dat koken voor een zachtere venkel zorgt, wat weer goed past bij vis en kip.
Snij de stelen en het kontje van de venkel. Gooi de stelen weg of gebruik ze om bouillon van te trekken. Het loof (het groene, dille-achtige blad) kun je bewaren als garnering. Verwijder eventueel bruine plekjes aan de buitenkant met een dunschiller. Spoel de knollen goed af onder koud stromend water.
Snij de venkel doormidden en daarna in kwarten. Als de kern hard is, kun je die eruit snijden, maar bij jongere venkel is dat vaak niet nodig.
2. Koken
Breng in een grote pan op een middelhoog vuur het water aan de kook met het zout. Doe de venkel in het kokende water en zet het vuur iets lager. Laat de venkel in ongeveer 10 tot 12 minuten gaar koken.
Giet de venkel af in een vergiet en laat het goed uitlekken. Voeg dan de boter en het citroensap toe, en roer dit door de warme venkel.