Ingrediënten
- 200 gram droge tapioca parels
- 2 liter water om te koken
- snufje zout
- 50 gram suiker, optioneel, om later toe te voegen
- Eventueel smaakmakers zoals vanille, kokosmelk of vruchtensiroop
Benodigdheden
- Grote pan
- Zeef of vergiet
- Houten lepel of siliconen spatel
- Kom om de parels af te spoelen
Bereiding
1. Voorbereiding
- Breng 2 liter water aan de kook in een ruime pan op een middelhoog vuur, en voeg een snufje zout toe.
2. Koken
- Zodra het water kookt, doe je de tapioca parels erin. Niet tegelijk, maar beetje bij beetje. Anders plakken ze aan elkaar. Roer het met een houten lepel door, om ervoor te zorgen dat de parels niet aan de bodem blijven kleven.
- Laat de parels nu zachtjes koken op middelhoog vuur, gedurende ongeveer 25 minuten. Blijf regelmatig roeren om aanbranden of samenkleven te voorkomen.
- Na 25 minuten proef je een parel. Is de kern nog hard? Kook ze dan nog 5 minuten extra. Wanneer ze helemaal glazig en zacht zijn, haal je de pan van het vuur.
- Laat de parels vervolgens 10 minuten rusten in het kookwater. Giet de parels daarna af in een vergiet of in een zeef en spoel ze goed af onder koud stromend water.
Laat de tapioca parels na het koken niet zomaar uitlekken, maar geef ze eerst een korte “rustfase” in het nog warme kookwater.Zodra de parels bijna helemaal glazig zijn, zet je het vuur uit en laat je ze nog 10 tot 15 minuten met de deksel op de pan in het warme water staan. Door de restwarmte garen ze gelijkmatiger door tot in de kern, zonder dat de buitenkant papperig wordt. Dit werkt vooral goed bij grotere tapioca parels, bijvoorbeeld voor bubble tea.Spoel de parels daarna kort af met koud, zacht stromend water om overtollig zetmeel te verwijderen, en meng ze meteen met een beetje suikersiroop, honing of bruine suikerstroop. Zo blijven de parels soepel, glanzend en plakken ze minder snel aan elkaar.
