Ingrediënten
- 8 eieren
- 100 milliliter volle melk of room
- 30 gram boter
- Snufje zout
- Snufje zwarte peper
Benodigdheden
- Koekenpan
- Garde of vork
- Spatel of houten lepel
- Kom
Bereiding
1. Eieren kloppen
- Breek de eieren in een kom en voeg de melk of de room toe. Klop dit met een garde of met een vork goed los totdat het egaal en luchtig is. Voeg nog geen zout toe, want dat kan ervoor zorgen dat de eieren waterig worden.
2. Eieren bakken
- Zet een koekenpan op een laag vuur en smelt de boter in de koekenpan. De boter moet net vloeibaar zijn voordat je de eieren toevoegt.
- Giet de geklopte eieren in de koekenpan. Wacht een paar seconden en begin dan met een spatel of houten lepel voorzichtig te roeren. Schuif de gestolde eieren steeds van de rand naar het midden. Het is belangrijk om niet te veel te roeren, alleen van buiten naar binnen schuiven.
- Zodra de eieren bijna gestold zijn, maar er nog een beetje vochtig uitzien, haal je de koekenpan meteen van het vuur.
3. Op smaak brengen
- Breng de roereieren op smaak met een snufje zout en met wat peper.
Haal de koekenpan al van het vuur als het ei nog net iets te zacht lijkt. Roerei gaart namelijk door de restwarmte van de koekenpan, en juist daar gaat het vaak mis. Wie wacht tot het roerei in de koekenpan perfect lijkt, krijgt op het bord vaak een droge massa.Roer er op het allerlaatste moment een klein klontje koude roomboter of een lepeltje crème fraîche doorheen. Dat stopt het garen een beetje af en geeft het roerei die zachte, romige textuur.
