Ingrediënten
- 100 gram droge rijst, bij voorkeur wilde rijst of speciale pofrijst
- 1 eetlepel zonnebloemolie of kokosolie (optioneel voor extra smaak)
- Snufje zout (optioneel)
Benodigdheden
- Koekenpan met dikke bodem
- Deksel (optioneel)
- Houten lepel of spatel
- Zeef of vergiet
Bereiding
1. Rijst voorbereiden
- De rijst die je gebruikt moet droog zijn, en vooral mag de rijst nog niet gekookt zijn.
2. Pan verhitten en poffen
- Zet een koekenpan op een middelhoog tot hoog vuur en laat de pan goed heet worden. Als je olie gebruikt, voeg deze dan nu toe en laat de olie heet worden zonder dat de olie begint te roken.
- Strooi een klein handje rijst voorzichtig in de pan. Blijf de pan bewegen en schud de rijst regelmatig om. Dit voorkomt dat de korrels verbranden.
- Na een paar minuten beginnen de rijstkorrels te poffen. Dit proces gaat niet zo explosief als bij popcorn, maar je ziet de korrels opzwellen en veranderen. Blijf continu omschudden, maar niet omroeren, ook al zijn de meeste rijstkorrels al gepoft.
- Wanneer het grootste deel van de rijst gepoft is, giet je de rijst in een zeef die groot genoeg is om de ongepofte korrels te verwijderen. Dit kun je eventueel ook handmatig doen.Laat de rijst vervolgens afkoelen op een bakplaat of op een stuk bakpapier.
Laat de gekookte rijst eerst helemaal drogen voordat je hem gaat poffen. Spreid de rijst dun uit op een met bakpapier beklede bakplaat en laat hem enkele uren drogen, of zet hem op een lage temperatuur in de oven. Hoe droger de korrels zijn, hoe beter ze straks openpoffen en hoe krokanter het resultaat wordt. Te vochtige rijst wordt eerder taai of hard dan luchtig krokant.
