Ingrediënten
- 4 makreelfilets met huid
- 3 eetlepels olijfolie
- 1 citroen, sap en schil
- 2 teentjes knoflook, fijngehakt
- 1 theelepel paprikapoeder
- 1 theelepel zeezout
- 1 theelepel zwarte peper
- 1 handje verse peterselie, fijngehakt
Benodigdheden
- Koekenpan met dikke bodem
- Keukenpapier
- Snijplank
- Mes
- Kom om marinade te mengen
- Keukentang of spatel
Bereiding
1. Voorbereiding
- Dep de makreel droog met keukenpapier.
- Meng in een kom de olijfolie, het citroensap, de citroenrasp, de fijngehakte knoflook, het paprikapoeder, het zout en de peper. Bestrijk de makreelfilets aan beide kanten met deze marinade en laat dit 10 minuten intrekken.

Leg de makreel voor het bakken 10 minuten op een bord met de huidkant naar boven in de koelkast. Belangrijk: dek de makreel niet af.Daardoor droogt vooral de huid iets verder op, terwijl de vis zelf mooi koel en stevig blijft. Een drogere huid bakt veel makkelijker krokant en scheurt minder snel tijdens het bakken en omdraaien. Haal de makreel daarna pas uit de koelkast, dep hem nog een keer kort droog met schoon keukenpapier en leg de vis meteen in een hete koekenpan.
2. Bakken
- Verhit een koekenpan op een middelhoog vuur en voeg eventueel een beetje olijfolie toe. Dat is niet strikt noodzakelijk.Leg de filets voorzichtig met de huidkant in de pan en bak de filets zonder te bewegen ongeveer 3 tot 4 minuten, totdat de huid krokanter wordt. Draai de filets voorzichtig om met een spatel of keukentang en bak de andere kant nog eens 1 tot 2 minuten.

- Haal de makreel uit de pan en bestrooi de filets met verse peterselie.

