Ingrediënten
- 500 gram verse kastanjes, ongepeld
- 1 eetlepel plantaardige olie, bijvoorbeeld zonnebloemolie of arachideolie
- zeezout
Benodigdheden
- Grote koekenpan met dikke bodem bij voorkeur een gietijzeren koekenpan
- Scherp mes
- Theedoek
- Houten lepel
Bereiding
1. Voorbereiding
- Spoel de kastanje kort af onder koud stromend water. Dep ze daarna droog met een theedoek of met keukenpapier. Snij met een scherp mesje een klein kruisje of inkeping in de ronde kant van elke kastanje. Daarmee voorkom je dat de kastanje uit elkaar springt tijdens het roosteren, door de druk die zich door het verwarmen opbouwt in de schil.
2. Roosteren
- Verwarm vervolgens een grote koekenpan op een middelhoog vuur. Doe een eetlepel plantaardige olie in de pan en verdeel het goed over de bodem van de koekenpan. Verspreid de kastanjes over de bodem van de koekenpan. Rooster de kastanjes ongeveer 20 minuten en draai alle kastanjes regelmatig om. Gebruik hiervoor een houten lepel, geen vork.
- Wanneer je ziet dat de schillen beginnen open te springen en ze beginnen te geuren, schep je de kastanjes uit de koekenpan en leg je ze op een theedoek. Laat ze even kort afkoelen, zodat je ze makkelijker kunt pellen, maar wacht niet te lang, want ze zijn het makkelijkst te pellen als ze nog warm zijn. Pel de kastanje voorzichtig en bestrooi ze met wat zeezout.
Maak de inkeping in elke tamme kastanje niet alleen als een kruisje in de schil, maar snij net diep genoeg door het binnenste velletje eronder. Daardoor kan de stoom beter ontsnappen en laat het bittere binnenvlies na het roosteren veel makkelijker los. Pel ze het liefst terwijl ze nog warm zijn, want zodra kastanjes afkoelen, gaat dat vliesje weer steviger vastzitten.
