Ingrediënten
- 4 eieren
- 30 milliliter natuurazijn (optioneel)
- 2 liter water
- Zout naar smaak, pas na het pocheren toevoegen
Benodigdheden
- Grote, brede pan
- Kleine kommetjes of kopjes (om de eieren eerst in te breken)
- Schuimspaan
- Schone theedoek of keukenpapier
- Houten lepel
Bereiding
1. Voorbereiding
- Vul een brede pan met ongeveer twee liter water en breng dit op een middelhoog vuur aan de kook. Zodra het water net onder het kookpunt is (dus nog niet borrelt), voeg je een scheutje azijn toe. Breek ieder ei afzonderlijk in een afzonderlijk kopje.
2. Pocheren
- Roer het water met een houten lepel zodat er een draaikolkje ontstaat, en laat dan één voor één de eieren er voorzichtig in glijden. Door het kolkje blijft het ei meer gesloten. Pocheer maximaal 2 tot 3 eieren tegelijk.Belangrijk: blijf met de houten lepel langzaam een draaikolkje in het water roeren, zonder dat je de eieren raakt.
- Laat de eieren ongeveer 3 tot 4 minuten pocheren, totdat het eiwit stevig is geworden. Haal de gepocheerde eieren met een schuimspaan uit het water en laat ze kort uitlekken op een theedoek of keukenpapier.
Gebruik geen draaikolk, maar pocheer het ei in een klein, laag kopje dat je eerst 10 seconden in het hete pocheerwater zet.Breek het ei daarna in dat warme kopje en laat het vanuit het kopje heel langzaam het water in glijden. Doordat het kopje al warm is, krijgt het eiwit als het ware alvast een kleine “schrik”, waardoor het sneller om de dooier sluit. Je krijgt daardoor een veel netter gepocheerd ei, zonder dat het eiwit in allemaal slierten door de pan zweeft.Dit werkt vooral goed als je geen supervers ei hebt, want juist dan blijft het eiwit vaak minder mooi bij elkaar.
