Ingrediënten
- 12 tot 16 verse coquilles, afhankelijk van het formaat
- 60 gram roomboter
- 2 eetlepels zonnebloemolie of olijfolie
- Zeezout
- Versgemalen peper
- Eventueel een halve citroen voor een frisse toets
Benodigdheden
- Koekenpan (liefst met dikke bodem of gietijzer)
- Keukenpapier
- Keukentang of spatel
- Bord om de coquilles even te laten rusten
Bereiding
1. Voorbereiding
- Haal de coquilles minstens een half uur van tevoren uit de koelkast, zodat ze op kamertemperatuur kunnen komen. Dep als ze op kamertemperatuur zijn de coquilles goed droog met keukenpapier. Hoe droger ze zijn, hoe mooier ze straks bakken.
- Bestrooi de coquilles aan beide kanten met een klein beetje fijn zeezout en met een beetje versgemalen peper.
2. Bakken
- Zet de koekenpan op een middelhoog tot hoog vuur en laat deze goed heet worden. Voeg de olie toe en verwarm de olie.
- Leg de coquilles voorzichtig in de pan. Bak ze ongeveer 1,5 minuut aan de eerste kant. Beweeg ze tijdens het bakken niet, maar laat ze liggen.
- Voeg nu de boter toe en laat deze smelten en lichtjes bruisen. Draai de coquilles om en bak ze aan de andere kant ook 1,5 minuut. Lepel ondertussen de boter uit de pan over de coquilles.
- Haal de coquilles uit de pan en leg ze op een bord. Laat ze nog een minuutje rusten. Eventueel kun je nog wat citroensap erover druppelen.
Leg de coquilles voor het bakken 10 minuten op een dun laagje grof zeezout, en dep ze daarna pas droog.Dat klinkt misschien vreemd, maar het zout trekt heel oppervlakkig een beetje vocht uit de coquille zonder hem echt zouter te maken. Daardoor wordt de buitenkant droger en krijg je in de pan sneller die mooie goudbruine korst, terwijl de binnenkant zacht en glazig blijft. Zie het een beetje als een mini “dry brine”, maar dan heel kort.
