Bloemkool koken doet eigenlijk iedereen met een andere kooktijd. De een heeft immers liever zachte roosjes, de ander liever wat stevigere roosjes. In het onderstaande recept ga ik uit van roosjes die gaar zijn, maar nog wel stevig.
Eén middelgrote bloemkoolongeveer 800 gram tot 1 kilogram
Eén liter water
Eén theelepel zoutoptioneel
Stapsgewijze handleiding
1. Voorbereiding
Verwijder de bladeren van de bloemkool en snij de stronk en de dikkere stelen weg. Snij de bloemkool vervolgens in roosjes. Was de roosjes grondig.Eventueel kun je, zoals vroeger vaak werd gedaan, de roosjes een half uur in zout water laten staan. Daarmee verwijder je al het eventuele ongedierte. Daarna wel goed afspoelen.
2. Koken
Vul een grote pan met ongeveer één liter water en voeg een snuf zout toe als je dat wilt. Breng het water aan de kook op een middelhoog vuur.
Zodra het water kookt, voeg je voorzichtig de bloemkoolroosjes toe. Als het water weer kookt zet je het vuur iets lager, maar het water moet nog wel blijven koken.
Kook de roosjes gedurende acht tot twaalf minuten, afhankelijk van hoe zacht je ze precies wilt hebben. Controleer de gaarheid door met een vork in een roosje te prikken. Als ze er makkelijk vanaf glijden, zijn ze gaar.
Giet de bloemkool af in een vergiet of haal de roosjes met een schuimspaan uit de pan. Doe ze terug in de pan en laat ze kort uitdampen.