Ingrediënten
- 500 gram verse agnolotti, bijvoorbeeld met vlees of ricotta-spinazie
- 4 liter water
- 40 gram zout voor het kookwater
- 20 gram roomboter of 20 milliliter olijfolie voor na het koken
Benodigdheden
- Grote pan van minstens 5 liter inhoud
- Schuimspaan of zeef
- Keukenwekker of klok
- Kom of schaal om te serveren
- Houten lepel
Bereiding
1. Koken
- Breng 4 liter water aan de kook in een grote pan, op een middelhoog vuur. Voeg 40 gram zout toe zodra het water kookt. Roer het een keer door met een houten lepel.
- Kook de agnolotti in 3 tot 5 minuten bij verse of zelfgemaakte, of in 6 tot 8 minuten als ze gedroogd zijn.Ze zijn gaar als ze boven komen drijven. Schep ze er dan uit met een schuimspaan en leg ze in een schaal. Voeg meteen de roomboter of olijfolie toe, en meng het erdoorheen met een houten lepel.
Kook de agnolotti eerst net niet helemaal gaar in water met redelijk veel zout. Schep ze daarna met een schuimspaan in een warme pan met een kleine scheut lichte bouillon, bijvoorbeeld kippenbouillon, groentebouillon of een heel milde paddenstoelenbouillon. Zet het vuur uit en laat ze daar 30 tot 45 seconden in rusten, zonder te roeren.Daardoor zuigt de dunne pastawand nog wat smaak op, terwijl de vulling warm en smeuïg blijft. Vooral bij agnolotti met vlees, kaas, pompoen of paddenstoelen geeft dit een veel diepere smaak dan wanneer je ze uit het kookwater in de saus gooit. Daarna pas mengen met boter, salie, jus of saus. Zo proef je niet alleen de saus aan de buitenkant, maar krijgt de pasta zelf ook karakter.
