Ingrediënten
- 1 kilogram aardappelen, bij voorkeur vastkokend
- 1 liter water,
- 1 theelepel keukenzout
Benodigdheden
- Grote pan met deksel
- Dunschiller of aardappelschilmesje
- Aardappelstamper of vork (optioneel, als je wilt stampen)
- Vergiet of zeef om af te gieten
- Grote houten lepel
Bereiding
1. Schillen en snijden
- Gebruik een dunschiller of een goed scherp mesje om de aardappelen te schillen. Was ze daarna onder koud water. Overigens hoef je niet te schillen als je dat niet wilt, maar boen ze dan wel goed schoon met een zacht borsteltje onder koud stromend water.Snij de aardappelen vervolgens in gelijke stukken, dan koken de stukken gelijkmatig.

2. Koken
- Leg de aardappelstukken in een grote en ruime pan en voeg genoeg koud water toe tot ze net onder water staan. Doe er een theelepel zout bij. Breng het op een hoog vuur aan de kook met de deksel schuin op de pan. Zodra het water kookt, zet je het vuur iets lager, maar de aardappelen moeten wel zachtjes blijven koken.
- Na 15 tot 20 minuten prik je met een vork in een aardappel. Glijdt de vork er soepel in en soepel weer uit, dan zijn de aardappelen gaar. Als dat niet zo is, moeten ze nog eventjes doorkoken.
- Giet de aardappelen af in een vergiet en laat ze kort uitstomen.

