Pizzadeeg maken begint met een beetje geduld, want dat moet je wel hebben. Zoals bij de meeste soorten deeg moet ook pizzadeeg rijzen. Anders wordt de pizzabodem erg hard bij het bakken.
Doe het lauwe water in een ruime kom, en voeg de gedroogde gist toe samen met de suiker. Roer dit goed door met een vork of met een garde. Laat het 10 minuten staan totdat het iets begint te schuimen.
Meng de bloem en het zout in een aparte kom.
2. Deeg maken
Giet het gistmengsel bij de bloem en voeg de olijfolie toe. Meng dit eerst met een houten lepel tot het een vaster deeg wordt, en begin dan met kneden. Dat doe je op een met bloem bestoven werkblad met de handen of in een mixer met deeghaken. Kneed het deeg gedurende minstens 10 minuten, maar langer is beter. Als het nog wat plakkerig is, kun je een beetje extra bloem toevoegen.
Vorm een bol van het deeg en leg deze in een licht ingevette kom. Dek de kom af met een vochtige doek of met vershoudfolie. Laat het deeg op een warme plek ongeveer 1 uur rijzen.
Leg het deeg daarna weer op een met bloem bestoven werkblad. Kneed het deeg gedurende een paar minuten met de handen en verdeel het daarna in 4 gelijke stukken. Vorm van elk stuk een bol en laat deze nog 10 tot 15 minuten rusten onder een theedoek, voordat je het uitrolt of met de hand uitrekt tot 4 pizzabodems.
3. Beleggen en bakken
Verwarm de oven voor op minstens 250 graden. Beleg je pizza zoals je wilt. Bak de pizza op een voorverwarmde pizzasteen of bakplaat in 7 tot 10 minuten knapperig en gaar.